Rosa van Ham

ruimtelijk werk

gips en mallen

EINDPRODUCT

Mijn eindwerk is een serie momentopnames van bloemen in de vergankelijkheid. Door ze stuk voor stuk in het gips te drukken leg je een fase vast van een bepaalde plantsoort. Het thema binnenstebuiten heb ik hierin gevonden doordat in de afdruk de bloem binnenstebuiten is gekeerd. Hierdoor is deze voor eens en voor altijd vastgelegd, terwijl de bloem zelf langzaam vergaat. Deze planten zeggen iets over mijn leven in deze tijd. De boeketten die thuis stonden, de zonnebloemen die ik heb gekregen, bloemen voor verjaardagen, de planten die in mijn omgeving te vinden zijn. Al deze flora samen geeft een diverse maar persoonlijke kijk in mijn leven. Allemaal momenten die een verhaal vertellen.

Elk plaatje is uniek, de ene heeft scherpere hoeken, de andere loopt een beetje schuin. Waardoor je ziet dat elk plaatje voorzichtig met de hand is gemaakt. Sommigen lukten en kregen de mooiste afdrukken, maar anderen sneuvelde of was het gips al te ver gedroogd. Dat geeft iets menselijks. Ik heb zelf allerlei bakjes gevouwen van stevig papier, waardoor ik zelf de maat kon bepalen. Na verloop van tijd vielen de bakjes uit elkaar en ook dit verhaal zie je terug in de gehele serie. Ik heb in de afgelopen weken er zoveel mogelijk proberen te maken en exposeer 36 verschillende. Dit grote aantal geeft iets overweldigends, zodat het van een afstand al een indruk geeft en vervolgens naar voren getrokken wordt. Als je dichterbij komt zie je bij elke een andere afdruk waar soms nog plantresten in te vinden zijn of juist een mooie schaduw. Geen van de plaatjes is perfect, maar door ze samen de ruimte te geven maken ze het geheel.

PROCES

Bij het thema binnenstebuiten kreeg ik al snel veel verschillende ideeën. Ik zag veel mogelijkheden, vooral in het materiaal gips en het maken van mallen. Hierbij heb je namelijk al snel dat doormiddel van een mal de vorm binnenstebuiten wordt gekeerd. Ik vond dit een erg interessant concept en het sluit goed aan bij het thema. Daarnaast heb ik later in mijn proces ervoor gekozen Vincent van Gogh erbij te halen. Ik ben namelijk al bezig met deze kunstenaar in mijn meesterproef en het leek mij geschikt deze twee onderzoeken te combineren. Voordat ik deze keuze maakte had ik al veel geëxperimenteerd met het maken van mallen in de workshop en thuis met gips. De proefjes werden steeds gerichter op mijn interesse. Toen ik afdrukken ging maken van bladeren betrok ik Vincent van Gogh erbij. Daarna heb ik steeds meer naar een eindproduct idee kunnen werken.

Mijn eerste inspiratie haalde ik van professionele kunstenaars die eigenlijk allemaal verschillende technieken gebruikten voor gips. Waardoor ik me breed kon oriënteren. In de loop van het proces heb ik inspiratie gehaald uit de schilderijen van Vincent van Gogh, ik heb er dus een andere discipline bij betrokken. Dit was soms lastig omdat er geen overlap was tussen materiaal. In mijn logboek heb ik telkens zorgvuldig alles beschreven, met veel tekst, schetsen en foto’s. Ik heb ervoor gekozen mijn logboek goed overzichtelijk en netjes te houden omdat het gips soms een hele chaos kon zijn. Hierdoor kon ik goed reflecteren op de experimenten wat me verder hielp in mijn proces. Daarnaast was de feedback die ik kreeg op vorige beeldende onderzoeken altijd dat ik niet genoeg bij de proefjes beschreef, dus daar heb ik extra op gelet.

Ik ben er in dit onderzoek achter gekomen dat gips een lastig materiaal is. Maar ik heb wel het gevoel dat ik na verloop van tijd er steeds beter in ben geworden, het is namelijk echt een techniek met theorie erachter. Daarnaast liep ik vast op het onderwerp wat ik wilde gipsen ik had namelijk alleen het materiaal. Daarvoor heb ik Vincent van Gogh gebruikt, hierna kon ik telkens een beetje bijsturen. Door nieuwe experimenten met structuur, kleur en vorm maar ook door nieuwe inspiratie te zoeken. Zo kwam ik steeds meer op een eindidee. Het duurde wel lang voordat ik echt een uiteindelijk idee had, maar ik denk dat dit het wel steeds beter heeft gemaakt.

Mijn experimenten waren in het begin heel voorzichtig, ik begon heel rustig. Maar na verloop van tijd ben ik steeds expressiever gaan werken, met bijvoorbeeld kleur en kwasten om de gips op andere manieren te bewerken. Hierdoor ben ik uit mijn comfortzone gekomen, wat denk ik goed was om te zien wat er allemaal mogelijk is. Ik heb steeds een middag of avond proefjes gemaakt waar ik dan in mijn logboek op reflecteerde.
Ook ben ik er vaak achter gekomen hoe het niet moet. Zoals dat ik in de mallen van de workshop het gips direct in de mal had gegoten. Hier had eigenlijk iets tussen moeten zitten. Maar hierdoor leer je wel. Ook ben ik erachter gekomen hoe je het gips wel en niet kan mengen. Soms bleef het namelijk lang nat en brak het bijvoorbeeld of droogde het meteen op. Dit soort dingen moest ik allemaal ontdekken, om een sterk eindproduct te kunnen maken.