Fee Daniëls

Beeldend

“Depressie is een stille hel voor degenen die lijden, en voor degenen die van hen houden.” – Jerry van den Berg

EINDPRODUCT

“Hallucinere” of, letterlijk vertaald: “dwalend door de geest”. Dat is de titel van mijn schilderij, mijn eindwerk.

Ieder van ons herkent verschillende stemmen in zijn hoofd. Het stemmetje dat je vertelt hoe nerveus je bent voor een toets, het stemmetje dat je vertelt dat je je huissleutel thuis bent vergeten en, alhoewel bij sommigen van ons erg zachtjes, het stemmetje dat ons eraan herinnert ons huiswerk af te maken. We horen deze stemmen allemaal terug in ons hoofd, maar in sommige gevallen is dat stemmetje eigenlijk helemaal niet meer fijn om aan te horen.

Mijn doel binnen dit onderzoek was om mezelf beter te leren kennen, en mijn emoties te vertalen naar het doek. Mijn eindwerk is dan ook een erg persoonlijk werk, dat de stemmen die ik in mijn hoofd hoor weergeeft. De stemmen in mijn hoofd zijn voornamelijk onaardig, gemeen en achterbaks. Het zijn stemmetjes die me vertellen dat ik het nooit ga halen met die 5 voor wiskunde, stemmetjes die me vertellen dat ik er idioot uitzie in elke outfit en stemmetjes die me ervan proberen te overtuigen dat iedereen in een ruimte over me roddelt. Ik zie het graag voor me alsof ieder van deze stemmen een eigen kleur heeft, een eigen persoonlijkheid. Op deze manier is het makkelijker tegen mezelf te zeggen dat wat ze me vertellen, eigenlijk niets uitmaakt. De portretten op mijn schilderij zijn zij. Met elk hun eigen kleur, hun eigen uiterlijk en hun eigen persoonlijkheid.

PROCES

Zodra het thema bekend gemaakt werd, gingen bij mij de tandwielen draaien in mijn hoofd. Hoe kon ik nou iets maken, dat binnen dit thema paste, binnen de tijd mogelijk was, voor mijzelf interessant was én ook nog eens mooi? Dat laatste, is natuurlijk het moeilijkste van allemaal. Iets moois maken. Want wanneer is iets nou “mooi”?.
Bij het woord “binnenstebuiten” ging er bij mij aan het begin nog niet erg veel rollen, maar na het maken van de brainstorm in de les, kwam ik erachter dat het begrip eigenlijk veel meer is dan het op het eerste moment lijkt. Je kunt het letterlijk nemen, figuurlijk, je kunt kijken naar de binnenwereld (huizen, gebouwen) in contrast/ harmonie met de buitenwereld (de natuur). Er kwamen bij me opeens zo veel ideeën tegelijk binnen, dat mijn hoofd dreigde over te koken. Uiteindelijk schreef ik midden in mijn mindmap, in duidelijke en dikke letters, de woorden: “OUT OF THE BOX”. Dit was voor mezelf bedoeld als aansturing, om mezelf te inspireren eens wat andere ideeën te overwegen.
Deze woorden inspireerden mij echter meer dan alleen dat, en zijn de grootste inspiratie geweest voor mijn aanpak binnen dit onderzoek. Het liet me nadenken over vastzitten, te veel nadenken, inspiratieloos en hopeloos zijn. Hierdoor kwam ik op het idee de mens binnenstebuiten te gaan halen.
Bij mijn onderzoek speelt mentale gezondheid de hoofdrol. Dit is een erg persoonlijk onderwerp, waar kunstenaars uit elke verschillende discipline mee te maken krijgen. Zo heb ik mij bijvoorbeeld laten inspireren door de foto’s van Edward Honaker en Katie Crawford, de schetsen van Shawn Coss en de ontwerpen van Federico Babina. Elk van deze kunstenaars verbeeld verschillende psychische stoornissen op een andere manier, om mensen een beter begrip te geven van hoe het kan zijn om hier dag in, dag uit mee te moeten leven. Omdat dit ook iets is waar ik mee te maken heb, vind ik het erg belangrijk om andere mensen te laten zien hoe moeilijk dit kan zijn. Mijn eindproduct wordt dan ook een portret, van mijzelf en de manier waarop mijn leven nogal is veranderd door de veranderingen in mijn mentale gezondheid. Zoals ik eerder al benoem, is dit een enorm persoonlijk iets, en niet iets waar ik mezelf over het algemeen in openstel, maar omdat ik het zo belangrijk vind om dit onderwerp bespreekbaar te maken en te de-stigmatiseren, lijkt dit me een goed begin.
Om aan mijn onderzoek te beginnen, ben ik eerst gaan kijken naar hoe mijn verschillende inspiratiekunstenaars de effecten van hun mentale ongezondheid naar voren brachten. Zij deden dit veelal op verschillende manieren, omdat elk van hun een eigen ervaring heeft en een andere manier heeft om hiermee om te gaan. Iets wat echter erg veel terugkwam, waren doffe kleuren en/of het gebruik van zwart-wit tinten. Zij hebben dit zo gedaan omdat het soms kan voelen alsof je psychische ongezondheid alle kleur uit je leven zuigt, wat een lege en onprettige wereld achterlaat.
Omdat de ervaring die men heeft als het gaat om emotionele- en gedragsstoornissen erg uiteenlopend is, ga ik niet zo zeer elementen uit de inspiratiekunstwerken “overnemen” in mijn eigen werk, maar meer de manier waarop zij dit zo verwerkt hebben. Doormiddel van vrij abstracte/vervreemde concepten duidelijk maken hoe ik mij vanbinnen voel, mijzelf binnenstebuiten halen.

De eerste paar schetsen die te zien zijn in mijn dummy, zijn mijn analyses van de gekozen kunstwerken. Ik heb deze ontleed en de hoofdelementen hier uitgepikt en beschreven. In de schetsen die daarop volgen, ben ik bezig geweest met het experimenteren met verschillende materialen, zoals acrylverf, oliepastels, potloden, stiften, waterverf en verschillende ondergronden. Deze schetsen bestaan elk uit een portret, dat op mij geïnspireerd is. Ik ben ook erg gaan experimenteren met de tekenstijl. Zo zie je bijvoorbeeld dat bepaalde schetsen veel vervreemder zijn, zoals bijvoorbeeld de haast “lelijke” schets met de felle kleuren. Andere schetsen zijn realistischer afgebeeld, zoals het portret dat haast verzwelgt wordt in het zwart om haar heen. Ik heb elk van deze portretten gemaakt op een moment dat ik “erdoorheen zat” en me op een dieptepunt voelde. Dit is dan ook waarom sommige schetsen simpeler zijn en sommige met meer detail. Ik liet de kunst spreken, in plaats van mezelf te forceren om van alles een prachtwerk te maken.
Ik vond het belangrijk om er in mijn proces achter te komen welke materialen ik wilde gaan gebruiken voor mijn eindwerk en hoe ik dit ging aanpakken. Vandaar ook dat ik gewoon vooral bezig ben geweest met het maken van de portretten zelf. Het was niet nodig om mezelf “feedback” te geven op deze schetsen, omdat ze een weerspiegeling waren van mijn vanbinnen. Er is geen sprake van “goed” en “fout”, of “mislukt” en “gelukt”. Ik heb dus voor mezelf een eigen draai gegeven aan de verloop van dit onderzoek, waardoor ik, door de persoonlijkheid van het onderwerp, mijn eindproduct goed in elkaar kan gaan zetten.
Mijn “plan van aanpak” als het gaat om mijn eindwerk, word dan ook een beetje anders als anders. Mijn eindwerk word een letterlijk product van mijn schetsen. Ik ga elk van deze portretten verwerken in één groot portret, waarin ik mezelf vanbinnen laat zien, over verloop van tijd. Van sommige schetsen zal ik een materiaal, kleur, ontwerp of iets dergelijks gebruiken, waar ik van anderen misschien wel een uitgeknipt stuk zal nemen. Het moeilijkste met mijn eindproduct zal zijn, of andere mensen het ook zullen begrijpen zoals ik het begrijp en ze de diepte en betekenis hierin zullen zien.