Tina de Leijer

Kleien

Voor de eindexamenexpositie heb ik 35 verschillende maskers gemaakt. Het thema ‘binnenstebuiten’ heb ik vrij letterlijk genomen, ik heb sommige maskers namelijk binnenstebuiten gekeerd.

EINDPRODUCT

Je ziet nu 35 verschillende maskers voor je. Het zijn kleine maskers die makkelijk in je hand passen. Eigenlijk kwam deze maat automatisch, omdat ik met mijn handen werk. Ze hebben allemaal een andere gezichtsuitdrukking, maar toch lijken ze op elkaar. Je zou kunnen zeggen dat het een familie is. Ik heb dit gemaakt van terracotta klei en witte klei die aan de lucht droogt, zonder oven dus. Het is geïnspireerd op ‘gargouilles’, dit zijn waterspuwers die je ziet aan de buitenkant van kathedralen.

Het thema binnenstebuiten komt terug in de maskers doordat ik de helft van de maskers binnenstebuiten heb gekeerd. Ook laten de maskers van buiten zien hoe ze zich van binnen voelen.

Ik heb voor klei gekozen omdat ik iets vernieuwends wilde doen. Ik merkte dat als ik een kunstwerk maakte, ik vaak dezelfde dingen koos: meestal tekenen of schilderen. In plaats van tekeningen te maken als schets, ben ik eigenlijk meteen begonnen met kleien om daar schetsen mee te maken. Ook heb ik tijdens het kleien iets vernieuwends gedaan: ik heb de witte klei met de terracotta klei gemengd. Hierdoor krijg je een soort marmereffect en het geheel werd hierdoor wat frisser.

PROCES

Voor dit thema wilde ik heel graag iets maken wat me natuurlijk heel erg aansprak, maar ook iets wat ik nog nooit gedaan had, iets wat nieuw voor mij is. De eerste opdracht van dit thema was om een mindmap te maken om te kijken wat voor ideeën je allemaal had. Onze docent gaf ons ook een paar voorbeelden voor eindproducten, en in eerste instantie sprak fotografie me heel erg aan. Ze liet ons namelijk een organisatie zien die ‘Inside Out’ heet. Dit houdt in het kort in dat deze organisatie mensen groot in beeld brengt die minder gezien worden. Het sprak me heel erg aan om dit te doen, maar ik ging toch nog even verder kijken naar andere dingen.
Het was in het begin nog best wel zoeken naar wat ik wilde doen, maar uiteindelijk kwam ik erop dat ik iets met keramiek, gips of klei wilde doen. Ik wilde namelijk al heel lang iets met keramiek doen, en eigenlijk was dit het perfecte moment. Alleen leek keramiek me nog wat te hoog gegrepen, ik heb namelijk geen ervaring met keramiek. Toen had ik bedacht om eerst te gaan kleien, omdat dit voor mij wat meer binnen handbereik lag. Wat ik precies als eindproduct wilde doen wist ik eigenlijk nog niet, maar ik wilde eerst beginnen met experimenteren. Door te experimenteren met klei ben ik erachter gekomen dat ik heel goed klein kan kleien en dat ik heel graag hoofden maak. Ik vond het ook heel erg leuk om te kleien, dus dit paste eigenlijk het beste bij mij voor dit thema.
Ik kreeg eigenlijk pas wat later een goed idee voor mijn eindproduct, dit kwam op gang toen ik in gesprek ging met mijn docent. Ze gaf me het idee om met maskers te werken, en dit zag ik heel erg zitten. Het uiteindelijke idee is om kleine maskers te maken en dit op te hangen aan de muur. Het thema binnenstebuiten komt naar voren, omdat ik sommige maskers om ga draaien waardoor je de binnenkant ziet van zo’n masker. Ik ga alle maskers anders maken, een idee dat ik bijvoorbeeld heb is: 2 maskers naast elkaar, de ene is blij en dat is de buitenkant en de andere is verdrietig en dat is de binnenkant.
Mijn ideeën komen echt vanuit mijn eigen verwondering, omdat ik dus al heel erg lang iets wilde gaan doen met kleien. Dit wilde ik doen, omdat ik een keer bij een expositie was van Koen Taselaar. Bij deze expositie was onder andere ook keramiek en dit vond ik super mooi. Toen ik zelf probeerde om te kleien ging dit heel goed. Ik hoef dan even aan niks te denken en het werkte voor mij heel ontspannend. Daarom werkt dit eindproduct zo goed voor mij. Ik vind het leuk om maskers te maken en nieuwe dingen uit te proberen, en voor het eindproduct moet ik natuurlijk heel veel maskers maken.
In mijn dummy staan een paar experimenten. De eerste keer dat ik ging experimenteren was ook het moment dat ik erachter kwam dat ik hoofden en gezichten heel leuk vind om te maken. Daarom was het voor mij zo belangrijk om te experimenteren. De schetsen die ik heb gemaakt voor mijn maskers waren ook belangrijk, omdat ik nu weet dat ik er nog veel mee moet oefenen.

Dit onderzoek begon voor mij met zoeken naar wat ik wilde gaan doen. Ik wist namelijk niet goed wat ik wilde doen, maar gelukkig kwam ik er snel genoeg achter dat ik wilde gaan kleien. Dit is ook toegankelijk voor mij, ik kon klei halen bij een kunstwinkel die ik niet hoefde af te bakken waardoor ik eigenlijk elk moment aan kon beginnen. In de herfstvakantie ging ik voor het eerst experimenteren en het ging me goed af. Het was leuk om te doen en ik wist al snel wat ik goed kon, namelijk gezichten maken. Ik zag natuurlijk wel dat ik meer moest oefenen en beter in het kleien worden. De eerste les na de herfstvakantie wist ik eigenlijk nog steeds niet wat voor eindproduct ik wilde maken, dit was dan ook het moment dat ik in gesprek ging met mijn docent en mijn eindproduct bedacht. Ik ging daarna gelijk de volgende dag aan de slag met het experimenteren van maskers. Dit ging ook goed, alleen moet ik nog wel veel oefenen met het maken van een binnenstebuiten masker.

Dit thema heb ik een aantal experimenten gedaan. Ik ben begonnen met experimenteren met kleien om te kijken hoe dat ging en of ik dat moeilijk vond. Ik had toen een kat, een hoofd en een octopus gemaakt. In de vakantie heb ik een hele dag ingepland om dit te doen. Voordat ik de experimenten ging doen heb ik nagedacht over wat ik precies ging doen. Tijdens de lessen heb ik erg mijn best gedaan om steeds op te letten en te zorgen dat ik verder kon. Ik stond ook heel erg open voor nieuwe ideeën, een voorbeeld hiervan is dat mijn docent me hielp met mijn eindproduct. Ik durf risico te nemen omdat ik kleien heb gekozen als discipline, terwijl ik dit eigenlijk nog nooit uitgebreid heb gedaan. Dit is een groot risico dat ik heb genomen, maar ik heb het toch gedaan en ik ben heel blij dat ik dit risico heb genomen.

Mijn inspiratie heb ik opgedaan bij verschillende kunstenaars. Mijn moeder kent veel kunstenaars en ze heeft qua kunst best wel dezelfde smaak als ik, dus zij heeft mij heel veel inspirerende werken laten zien. Ik ben dus zelf geïnspireerd door o.a. de expo die ik in Rotterdam heb gezien van Koen Taselaar en de beelden die mijn moeder heeft gestuurd (dit waren allemaal werken van kunstenaars die keramiek maakten). Vaak waren dit gekke beelden van bijvoorbeeld fantasie achtige dieren, en toen kwam ik erachter dat ik het ook leuk vind om dieren te maken. Zo heb ik de verschillende beelden opgenomen in mijn onderzoek. Voor mijn beelden heb ik onder andere gekeken naar waterspuwers uit de middeleeuwen. De discipline hierbij is dus beeldhouwkunst en dan specifiek de romaanse beeldhouwkunst.
Het concept bij mijn onderzoek is kleien. Ik wilde voor mijn eindproduct graag werken met klei. Ik kwam erachter dat werken met rivierklei niet makkelijk zou zijn omdat ik dat moest afbakken. Daarom heb ik gekozen voor klei die aan de lucht droogt. Ik heb inspiratie gezocht bij in werk van moderne kunstenaars: Koen Taselaar, Koos Busters en Raisa Álava. Het zijn beelden die je makkelijk zelf ook zou kunnen maken en dat maakt het voor mij toegankelijk. Het concept bij mijn onderzoek is dus kleien. De stijl van mijn beelden is symmetrie, eenvoudige vormen, figuratief en geïnspireerd op de romaanse beeldhouwkunst. Ik heb dit gekozen omdat het voor mij een eerste keer is om tijdens een kunst thema te kleien. Daarom wilde ik het dus wat simpeler houden, zodat ik ervoor kan zorgen dat ik een soort basis heb op het gebied van kleien.